2020: Het jaar van de verpleging

2020: Het jaar van de verpleging

Toen eind 2019 de World Health Organization (WHO) 2020 uitriep tot het jaar van de verpleegkundige en de verloskundige, had zij er nog geen idee hoe prominent het werk van de verpleging in dat jaar in het nieuws zou komen. Helaas kwam dit niet door alle geplande activiteiten en festiviteiten om de verpleging in het zonnetje te zetten, maar door de Coronacrisis.

 

De aanleiding voor de actie van de WHO was de tweehonderdjarige geboorte dag van Florence Nightingale op 12 mei 2020, de dag waarop jaarlijks ook de Internationale Dag van de Verpleging wordt gevierd. De naam van Florence Nightingale is onlosmakelijk verbonden aan het ontstaan van de moderne verpleging, zo rond 1860, toen de deuren werden geopend voor de eerste Nightingale School of Nursing, in het St. Thomas ziekenhuis in Londen. Florence kon dit doen met het nationale geschenk van ongeveer 3,5 miljoen euro dat bijeengebracht was als waardering voor haar verdiensten in de Krim-oorlog (1854-1856) waar zij met een groep verpleegsters voor de gewonde soldaten in het ziekenhuis had gezorgd. Door verbetering van de hygiëne daalde het sterftecijfer er spectaculair en zorgde ze er ook voor dat de persoonlijke omstandigheden van de soldaten verbeterden en de organisatie op rolletjes ging lopen.

 

Sindsdien is er veel gebeurd en is de moderne verpleging wereldwijd verspreid over alle sectoren.

 

Ofschoon iedereen er wel een vaag beeld van heeft, is het moeilijk een concrete voorstelling te maken van het werk van een verpleegkundige, dat overigens per specifieke patiëntencategorie en door de tijd ook heel verschillend is. Om daar toch enig idee van te krijgen, kan het interessant zijn om kennis te nemen van het cultureel erfgoed van de verpleging, dat beheerd wordt door de Stichting Historisch Verpleegkundig Bezit (SHVB) in een open depot in Urk.

jaar van de verpleging

Houten couveuse, vervaardigd door een timmerman vóór de Tweede Wereldoorlog. De couveuse werd verwarmd door koperen kruiken, die om beurten vernieuwd moesten worden. Er is een ventilatierooster, en een houten standaard om de glazen klep half open te laten staan indien dat gewenst was.

Zorg voor de kleintjes

Een van de parels van de collectie is de verzameling de couveuses. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, heeft de zorg voor de te vroege pasgeborenen zich ontwikkeld buiten de ziekenhuizen. Het is een ietwat bizarre geschiedenis. Een van de eerste problemen waarmee een pasgeborene geconfronteerd ziet, is het zelf op peil moeten houden van de eigen lichaamstemperatuur in plaats te profiteren van de lichaamswarmte van de moeder. Kinderen die te vroeggeboren worden, dat wil zeggen na een zwangerschapsduur tussen de 22 weken en 37 weken, kunnen dat nog niet goed en ze verliezen snel hun warmte onder meer doordat hun huid nog heel dun is. Al in 1857 werd een eerste “couveuse” beschreven. Een soort zinken, dubbelwandige teil, waar tussen warm water werd gedaan. Dit werd al snel gevolgd door een uitvoering van een soort glazen kastje dat verwarmd werd door kruiken. Omdat het bouwen van dergelijke couveuses duur was en de kansen van de kleintjes gering, moest er buiten de gebaande paden naar financiering worden gezocht. Deze werd gevonden in het tentoonstellen van de couveuses met echte kinderen erin op (wereld)tentoonstellingen. Verpleegkundigen werden aangesteld om voor de kinderen te zorgen. Een van de attracties voor het publiek was het voeden van de kinderen dat op allerlei mogelijke manieren werd gedaan. Ze kregen frequent kleine beetjes voeding, tot soms wel twaalf keer per dag. De baby’s waren soms te zwak om te zuigen en kregen voeding met een lepeltje, soms via de neus en via een sonde. Het was algemeen bekend dat borstvoeding het beste was, maar al in 1865 was het mogelijk om goede kunstvoeding te produceren. Deze werd lang geassocieerd met hoge zuigelingensterfte. Dit werd vooral veroorzaakt doordat de zuigflessen niet goed schoon werden gemaakt en zeker bij warm weer snel tot bederf van de restjes melk leidde en daarmee tot bacterie,- en schimmelgroei. De verpleegkundigen zorgden ook voor het verschonen van de kleintjes, knuffelden met ze en zorgde voor nauwkeurige observatie zodat ze bij de minste of geringste mogelijke problemen, een arts konden waarschuwen. En, met goede resultaten voor de overlevingskansen!

 

In Nederland werden zo rond 1925 couveuses door kruisverenigingen verhuurd voor het gebruik thuis. De ontwerpen hebben ook iets weg van een meubel.
De taken van de verpleegkundigen bestonden uit het geven van informatie en instructie aan de moeders. Ze adviseerden om zaagsel tussen de dubbele wanden van de couveuse te doen om de warmte vast te houden, een bakje met water neer te zetten voor de luchtvochtigheid en het hoofdje van de baby te bedekken, om warmteverlies via de schedel te voorkomen.
Natuurlijke stonden er ook couveuses op de kraamafdelingen en later ook op de kinderafdelingen in ziekenhuizen. Maar pas in 1960 werd de neonatologie, de zorg voor de te vroege en ziek pasgeborenen een specialisatie.

jaar van de verpleging

Inhalator van Raunenstein porselein, compleet met spiritusbrander, lek-beker en vlammen dover. Er werd vloeibare medicatie in het bakje gedruppeld. Het reservoir werd gevuld met water dat door de spiritusbrander aan de kook werd gebracht. Daardoor kwam er stoom uit de horizontale tuit, en door kracht van die straal stoom werd medicatie aangezogen door het verticale buisje in het bakje. Zo werd de stoom uit de horizontale buis vermengd met het medicijn dat werd opgevangen in het brede gedeelte van de glazen buis. De patiënt inhaleerde het mengsel aan de andere kant van de glazen buis. Onder het rode kruis is de volgende tekst te lezen in rode letters: “ Porzellan DRGM.” Deze letters staan voor Deutsches Reichs Gebrauchs Muster, een wettig handelsmerk dat in Duitsland is 1891 is vastgesteld. Porseleinfabriek Raunenstein was actief tot 1931.

Gezonde zieken

Totaal andere vaardigheden werden gevraagd van verpleegkundigen die betrokken waren bij patiënten die in tractie lagen, op chirurgische afdelingen in ziekenhuizen. Deze behandeling werd tot ongeveer 1975 gebruikt voor mensen met botbreuken of gewrichtsluxaties. Met behulp van gewichten die met pleisters via de huid of pennen door het bot werden bevestigd, werden de gebroken botstukken in elkaars verlengde recht gehouden. Regelmatig werden er Röntgenfoto’s gemaakt en als de botstukken ten opzichte van elkaar goed stonden, werden de gewichten verminderd en konden de botdelen aan elkaar groeien. Dit duurde vaak een paar maanden en het was een ware beproeving voor de patiënten die meestal verder niet ziek waren. Verpleegkundigen controleerden de huid of de insteekopeningen van de pennen op infecties, letten op doorliggen en hielpen patiënten bij de dagelijkse zorg. Het geduld van de patiënten werd enorm op de proef gesteld. Zelfs een uurtje naar het dagverblijf waar de TV stond en waar gerookt mocht worden, zat er meestal niet in. De bedden met alle gewichten eraan waren te zwaar en te onhandig om vervoerd te worden en iedere drempel of botsing tegen een muurtje door een te krap genomen bocht, kon ervoor zorgen dat de botstukken verschoven. Het was de tijd waarin vooral leerling-verpleegkundigen werden gevraagd af en toe een kaart of bordspelletje met patiënten te spelen.

Medicatie toediening

Een geheel andere taak van de verpleging is het toedienen van medicijnen. Uit de papyrusrollen uit 2000 voor Christus weten we dat toen al aftreksels van planten en mineralen gebruikt werden voor pillen, lotions, maar ook voor zalven en inhaleren. Al in de tweede eeuw van onze jaartelling gaf de Griekse medicus en wijsgeer Galenus aanwijzingen voor geneeskrachtig gebruik van de lucht van de zeebranding. En tot halverwege vorige eeuw was frisse lucht het enige middel tegen TBC. De gedachte om medicijnen aan ingeademde lucht toe te voegen is dus bepaald niet nieuw. De handige zakapparaatjes die we daar nu voor hebben, stammen uit de jaren vijftig. In de periode daarvoor werden stoomketels gebruikt. Deze werden aan het hoofdeinde bij de patiënt geplaatst. Zoals in een fluitketel werd er water in de ketel gedaan dat ging stomen zodra het kookte en waarbij de stoom werd geleid over een bakje met vloeibare medicatie. Het was opletten geblazen: de ketel kon droog koken en je kon je lelijk branden aan de stoom!

 

Het verpleegkundig werk is divers en gevarieerd. Aan de hand van het erfgoed kan haar verscheidenheid goed worden gereconstrueerd. Zo zal straks de beschermende kleding die nu zo essentieel is bij de Corona crisis, de bron zijn voor het werk van deze beroepsgroep en de verhalen over de patiënten die daar onlosmakelijk mee verbonden zullen zijn.

 

Prof.dr. Petrie F.Roodbol
Emeritus-hoogleraar
verplegingswetenschap
Voorzitter bestuur Stichting Verpleegkundig Historisch Bezit
www.verpleegkundigerfgoed.nl
SHVB@verpleegkundigerfgoed.nl

Tags sociaal, zorg

Reacties

Wij horen graag van u
Er zijn nog geen reacties Geef als eerste een reactie