Verpleging:  deskundige steun en toeverlaat door de jaren heen

Verpleging: deskundige steun en toeverlaat door de jaren heen

Vandaag de dag kunnen we ons geen wereld zonder verpleegkundigen voorstellen. Toch bestaat het verpleegkundig beroep pas 125 jaar en stamt de eerste wetgeving hierover in ons land uit 1921; dit jaar dus precies 100 jaar geleden. Wel konden zieken altijd al rekenen op wat wij nu “mantelzorgers” noemen.

Van de zorg thuis naar de zorg in het ziekenhuis

Tot halverwege de 19e eeuw worden zieken voornamelijk thuis verzorgd, waar ook artsen de patiënten bezoeken. Van de overvolle, met wandluizen vergeven gasthuizen maken alleen de allerarmsten noodgedwongen gebruik. Patiënten moeten bedden met elkaar delen. Het sterftecijfer is torenhoog. De soms hardhandige verzorging wordt gedaan door ongeschoolde zaalmeiden of zaalknechten, die vaak een verleden hebben in de kleine criminaliteit of prostitutie. Zij nemen het met de regels in de gasthuizen niet zo nauw. Hun taken bestaan uit het opmaken van de bedden, het doen van de was en uitdelen van eten. Door het nuttigen van alcoholische versnaperingen proberen zij geen last te hebben van de onaangename geuren die de opeengepakte zieke patiënten in de slecht geventileerde ruimten verspreiden en hun honger te stillen door maaltijden van de patiënten te nuttigen. Handelingen die nu heel eenvoudig zijn zoals bijvoorbeeld het meten van de lichaamstemperatuur, zijn dan nog gecompliceerd en worden door artsen gedaan. Klysma’s worden bij mannen door de apothekersknecht gegeven en bij vrouwen door de vroedvrouw.

 

In de tweede helft van de 19e eeuw, raakt de geneeskunde in een stroomversnelling en breiden de medische mogelijkheden zich uit, zoals op operatief gebied door de uitvinding van de narcose en desinfectie. Voor dergelijke ingrepen leent zich de huiselijke situatie niet meer. Mits er voorzieningen worden getroffen, de omstandigheden worden verbeterd, en aan de nieuwe hygiëne-eisen wordt voldaan, biedt het gasthuis oplossing. Er komen operatiekamers zodat ingrepen niet meer tussen de andere patiënten op zaal hoeven plaats te vinden. Er wordt ander personeel aangesteld dat desgewenst ook de arts kan assisteren, kan zorgdragen voor het bewaken van de zieken en het verbeteren van de omstandigheden: verpleegkundigen of zoals ze toen nog werden genoemd, verpleegsters of pleegzusters.

verpleegstersDe eerste verpleegsters

Om te zorgen dat zieken uit de betere milieus, thuis goed verzorgd kunnen worden, bestaat sinds 1843 De Vereniging van Ziekenverpleging met een opleiding voor beschaafde vrouwen tot particulier verpleegster. Ook het Witte kruis, bedoeld voor de bestrijding van epidemieën, heeft sinds 1878 een opleiding tot verpleegster. Ongehuwde vrouwen uit de hogere maatschappelijke klassen volgen deze opleidingen, na zorgvuldige selectie op afkomst en reputatie. Zij moeten voldoende algemene ontwikkeling hebben zoals kennis der Nederlandse taal en het beheersen van de beginselen der rekenkunde, maar vooral ijverig, nauwgezet en betrouwbaar zijn. Pas in de jaren zestig van de 20e eeuw wordt als vooropleiding minimaal MULO gevraagd; tot die tijd is ouderlijk het milieu het belangrijkste toelatingscriterium voor de opleiding.

 

Veel van de eerste verpleegsters moeten lange strijd om ouderlijke toestemming voeren; vrouwen horen niet te werken. In de geschiedenis van de verpleging speelt de vrouwenemancipatie een belangrijke rol.
Deze verpleegsters wordt gevraagd om in de gasthuizen te komen werken en te helpen bij de hervormingen.

 

Helaas zijn er bij lange na niet genoeg verpleegsters om aan de stijgende behoefte te voldoen en de ziekenhuizen gaan zelf lokaal opleidingen verzorgen. De lessen worden tijdens de avonduren gegeven door de er werkzame artsen die zich zo meteen verzekeren van de bekwaamheid van “hun” verpleegsters. De praktijk wordt al werkende weg aangeleerd door de hoofdzuster. Als het eindexamen met goed gevolg is afgelegd, mag de gediplomeerde verpleegster een wit ivoren kruisje dragen, dat te koop is bij de sigarenwinkel. Is de opleiding in een psychiatrisch ziekenhuis gevolgd, dan mogen zij een zwart kruisje kopen.

 

Niet iedereen is ervan overtuigd dat om als verpleegster te kunnen werken een opleiding nodig is. Als illustratie van deze strijd een citaat uit een Rapport van de Gezondheidsraad aan de minister uit 1911:
De waarde van een verpleegster of verpleger wordt niet alleen bepaald door een zekere theoretische kennis en technische vaardigheid, maar is in niet mindere mate afhankelijk van allerlei psychische eigenschappen, die voor de zieken van het grootste belang zijn.

De eerste wetgeving

De kwaliteit van deze ziekenhuisopleidingen loopt sterkt uiteen. Om hier een eind aan te maken moet er een landelijke regeling komen van de opleiding en het eindexamen.
Het duurt tot 1921 voordat er Staatstoezicht op het diploma komt, onder meer door tussenkomst van de eerste wereldoorlog en de periode van de Spaanse griep (1916-1918).
Ondanks deze wetgeving blijft het verschil in kwaliteit bestaan. Pas in 1973 worden opleidingen min of meer geüniformeerd door de instelling van een landelijk eindexamen. De naamgeving van het beroep is in 1967 al formeel veranderd in verpleegkundige om aan te geven dat er voor het beroep ook echt kennis nodig is: “kunde.” Vanaf eind jaren negentig is de student verpleegkunde niet meer in dienst van het ziekenhuis, maar volgt een beroepsgerichte opleiding aan een MBO- dan wel HBO-instelling gecombineerd met praktijkstages. Zij worden niet alleen voor de ziekenhuizen opgeleid maar voor alle velden van de gezondheidszorg zoals de thuiszorg en de verpleeghuiszorg.

verpleegstersTaakveranderingen van de verpleging

Eind 19e eeuw maakt de chaos van de gasthuizen plaats voor de bekende drie R’s: rust, reinheid en regelmaat. Patiënten worden gewassen, van ziekenhuiskleding voorzien en moeten het bed houden. Artsen bepalen of en hoe vaak zij mogen bengelen, dat wil zeggen op de rand van hun bed mogen zitten, dan wel naast het bed op een stoel mogen zitten of even mogen lopen. Patiënten krijgen op gezette tijden hun maaltijden en worden zo nodig geholpen met eten en drinken. De ramen gaan open om frisse lucht binnen te laten en bedden worden van elkaar gescheiden door gordijnen. Het personeel gaat uniformen dragen. Getuige de strakke stijve boorden en de lange zware rokken, gaat het meer om representativiteit dan om het draagcomfort. Zij moet zich voegen aan het strikte ziekenhuisregime waarin strenge hoofdzusters de scepter zwaaien. Een van de gedragsregels, opgetekend door zr. Melk in 1931 luidt: “Haastige, drukke mensen zijn een kwelling voor een zieke. Maar, rustig zijn sluit vlugheid en opgewektheid niet uit. Een zonnige zuster is een zegen in de ziekenkamer, waar de vreugde ook haar scepter kan zwaaien, zij het op stille wijze.”
Geen wonder dat in romans verpleegkundigen als opgewekte mensen worden getypeerd, zoals zuster Clara in “De Jacobsladder” (1986) van Maarten het Hart, zusje van Michiel uit Jan Terlouw’s “Oorlogswinter”, (1972) en Anna uit in “De Tweeling” van Tessa de Loo (1993).

 

Net als de zaalmeiden en zaalknechten wonen verpleegsters in het ziekenhuis, niet meer op de ziekenzalen maar in een eigen onderkomen.
Behalve het verzorgen van de patiënten en het schoonmaken van de ziekenzalen behoort tot taak van de verpleging het aanleggen van verbanden, het desinfecteren van materialen met carbol en het aflezen van thermometers.

 

Met de spectaculaire vlucht die de medische wetenschap in de 20e en 21e eeuw neemt, breidt het takenpakket van de verpleging zich uit en verandert voortdurend van inhoud. Injecties worden begin jaren dertig nog zo zelden toegediend “dat de arts deze meestal zelf geeft” aldus de leerboeken. In de herdruk uit 1947 staat over deze injectie dat het “een niet ongevaarlijke handeling is, die de verpleegster nu wel moet kunnen.” In hetzelfde boek staat dat haar taak bij bloeddrukmeten bestaat uit het aanleggen van de manchet om de arm van de patiënt zodat de arts kan komen om de meting te doen. In de jaren zestig behoort ook dat tot het verpleegkundig takenpakket.

Verpleging anno 2021

Vandaag de dag dragen verpleegkundigen zorg voor de observatie van patiënten, al dan niet met behulp van apparatuur. Zij signaleren veranderingen die mogelijke bijstelling van het behandelplan vragen. Zij screenen patiënten op complicaties en risico’s zoals de kans op vallen of ondervoeding en treffen maatregelen. Zij zorgen voor pijnbestrijding, dienen medicatie toe, verwisselen infusen, nemen bloed af voor laboratoriumbepalingen, behandelen wonden en controleren drains en katheters. Ze helpen patiënten met de dagelijkse verzorging als zij zichzelf niet kunnen redden. In een wirwar van hulpverleners houden verpleegkundigen het overzicht, coördineren en zorgen voor afstemming.

 

De verpleging beweegt zich in de volle breedte van de gezondheidzorg: van kraamzorg tot ouderenzorg, van kinderoncologie tot forensische psychiatrie, van verpleeghuis tot intensive care.
Er zijn veel verschillen met “vroeger” maar er is één heel belangrijk, essentieel element, dat verpleegster van vroeger en de verpleegkundige van nu in alle mogelijke settingen en over landsgrenzen bindt: het er zijn voor patiënten in tijd van nood met de deskundigheid die daarvoor nodig is.

 

Op 12 mei wordt over de hele wereld de dag van de verpleging gevierd omdat we ons een wereld zonder verpleegkundigen kunnen!

 

door: Petrie F.Roodbol

 

Reacties

Wij horen graag van u
Er zijn nog geen reacties Geef als eerste een reactie